Datajournalistiek op kleinere redacties: kwestie van weet hebben van

Dit artikel vormt de voorbereiding voor de sessie How data journalism affects the newsroom op de Datadays 2014.

Datajournalistiek is bezig aan een flinke opmars en wordt in sommige streken, voornamelijk in de Amerika’s, al stilaan volwassen. Maar in sommige delen van de wereld staat datajournalistiek nog in de kinderschoenen.

Een deel van de oorzaak hiervan is het “taalvijvereffect”: alleen in grote taalvijvers (denk Engels en Spaans) kunnen grote media en grote redacties gedijen. En alleen grote nieuwsmedia kunnen het zich veroorloven de nodige investeringen in datajournalistiek te doen om deze jonge tak van de journalistiek een integraal deel te laten uitmaken van hun business.

Maar ook voor kleinere redacties in kleinere taalvijvers, zoals de redacties in Vlaanderen en andere regio’s, is er een groot onbenut potentieel voor datajournalistiek

Uiteraard kunnen we niet verwachten van middelgrote en kleine redacties dat ze plots programmeurs, ontwerpers en datanerds gaan aannemen. Evenmin mogen we van journalisten op deze redacties verwachten dat zij alle skills voor het maken en publiceren van dataverhalen onder de knie gaan krijgen. Deze redacties moeten niet mikken op de grote datajournalistieke producties. Ze moeten wat lager mikken. Maar ook daar groeit nog laaghangend datajournalistiek fruit.

Hieronder beschrijf ik wat er volgens mij nodig is om datajournalistiek binnen te loodsen in kleinere redacties.

Weet hebben van

In elk geval moeten journalisten af van hun fobie voor alles wat met cijfers, statistieken en databanken te maken heeft. Een basiscursus Excel is een heel goede eerste stap hiervoor (wist je trouwens dat Excel ook een handige tool voor datavisualisatie is?)

Ik benadruk het woordje basis hier, omdat ik denk dat journalisten zeker geen experten in de verschillende disciplines van de datajournalistiek moeten worden. Wel zouden ze zich bewust moeten worden van wat data precies is, hoe het gestructureerd is en hoe het wordt verzameld, opgeslagen en bewerkt.

Journalisten zouden moeten weten welke tools er zoal bestaan en wat deze tools kunnen doen. Ze hoeven niet te leren werken met alle datatools: met een basistool als Excel geraak je al een heel eind. Maar weten wat er allemaal bestaat en wat de mogelijkheden zijn, kan journalisten doen helpen beseffen hoe datajournalistiek hun verhalen kan verbeteren en hoe het hen leads kan geven naar originele verhalen.

Als een journalist graag een grafiekje wil publiceren in een online artikel, dan zou hij weet moeten hebben van Datawrapper.

Als een journalist een lijst met adressen in handen krijgt, dan zou hij weet moeten hebben van Google Fusion Tables, dat zijn adressenlijst kan omtoveren in punten op een kaart.

Als een journalist geïnteresseerd is in data in een online databank, dan zou hij weet moeten hebben van scraping en de van de tools die hij kan gebruiken om de data in zijn bezit te kunnen krijgen.

Hij zou weet moeten hebben van csv-bestanden, url-parameters, Excel-formules, draaitabellen, Open Refine, integers en strings, boomdiagrammen, hellingsgrafieken en misschien zelfs van D3.js.

Hij moet geen expert in of dagelijks gebruiker van al deze zaken zijn. Hij moet er weet van hebben: weten dat ze bestaan en een (al dan niet vaag) besef hebben van wat ze doen, hoe ze er uit zien en hoe ze hem eventueel kunnen helpen bij zijn werk. Wanneer hij de nood voelt, kan de journalist zich wat verdiepen in een onderwerp of tool (documentatie raadplegen, wat experimenteren, leren van voorbeelden) en zo zijn datakennis aanscherpen. Bereid zijn om te leren is de boodschap.

Wanneer zaken toch te moeilijk worden, dan zou de journalist in staat moeten zijn om, in technische termen, uit te leggen aan anderen wat hij zou willen bereiken. Redacties zouden in dat geval beroep moeten doen op freelancers en consultants op het vlak van data en visualisatie (zulke freelancers steken vandaag met een zekere regelmaat de kop op). Deze “datafreelancers” kunnen data scrapen, opkuisen, vorm geven en visualiseren, naar de goed uitgewerkte en in het jargon geformuleerde richtlijnen van de redactie.

“Weet hebben van” is van toepassing op data zelf en op data tools, maar ook op databronnen: journalisten moeten weten waar data te halen en hoe naar data te zoeken. Ze hoeven geen dagelijks gebruiker te zijn van dataplatformen en -bronnen, maar ze moeten wel weten welke platformen er bestaan en welke data deze aanbieden.

Hoe weet krijgen van?

Eerst en vooral, zoals ik eerder al vermeldde: een cursus Microsoft Excel is een goede start voor elke journalist.

Leren van goede voorbeelden is een volgende stap. Datajournalistiek is een jonge, hippe en dynamische discipline, waarin heel wat media innovatieve projecten publiceren. Niet zelden houden deze media daarover een datablog bij, waarop ze schrijven over hun werk, de tools en workflows die ze gebruiken en waarop ze tutorials posten. Veel van de nieuwe datafreelancers hebben op hun website eveneens een blog (zoals deze).

Iemand met datavaardigheden op de redactievloer, journalist of niet-journalist, kan ook een goede basis vormen. Vraag bij het aannemen van nieuwe journalistieke krachten naar datavaardigheden (of nog belangrijker: de motivatie en mogelijkheden om deze snel op te pikken).

Een grote rol is ook weggelegd voor hogescholen en universiteiten die journalistieke opleidingen aanbieden. Elke afstuderende journalist zou op zijn minst wat vertrouwd moeten zijn met Excel en wat begrip moeten hebben van data, datatools, datavisualisatie en dataverhalen. Het tonen en laten evalueren van voorbeelden is een begin, het zelf laten produceren van dataverhalen is uiteraard beter.

Een grotere hoeveelheid en beter beschikbare (open) data van goede kwaliteit zal journalisten en redacties aanmoedigen te investeren in datavaardigheden.

Maar het allerbelangrijkste is het overwinnen van de angst voor cijfers en data en gewoon de datajournalistieke koe bij de horens te vatten. Begin met kleine datasets, eenvoudige tools en simpele visualisaties als staaf- en lijngrafieken om daarna verder te bouwen naar grotere datasets, kaarten, interactieve grafieken en meer exotische visualisaties.

Wanneer je je als beginner op de datajournalistiek stort, zal je al snel tegen problemen opbotsen en het gevoel krijgen vast te zitten. Laat je niet ontmoedigen. Ongetwijfeld is er al iemand je voorgegaan en op hetzelfde probleem gestoten. Het is dan enkel zaak weet te hebben van een of andere tool waarvan je denkt dat die wel eens nuttig zou kunnen zijn. Rest dan enkel nog met de juiste technische termen uit het datajournalistieke jargon op zoek te gaan naar de oplossing.

Add Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *