Een mea culpa: toch geen 62 procent van de Brusselaars in het buitenland geboren

’62 % van de Brusselaars niet hier geboren’. Ja, dat is de kop van een artikel van mij vandaag in de krant. En nee, dat getal klopt niet.

Gisteren publiceerde de Internationale Organisatie voor Migratie haar World Migration Report. Daarin vond ik twee interessante elementen: Brussel zou een heel hoog aandeel inwoners geboren in het buitenland tellen. En de opkomende economieën worden stilaan ook bestemmingen van internationale migratie. Ik schreef er een artikel over (krantenversie, aangepaste online versie).

Als verklaring voor het hoge aandeel inwoners geboren in het buitenland in onze hoofdstad geeft het rapport de aanwezigheid de Europese instellingen aan. Die trekken inderdaad heel wat buitenlanders aan. Maar dat Brussel zoveel hoger scoort dan steden in immigratielanden als Toronto, Auckland, Sydney en Los Angeles had toch een alarmbelletje moeten doen rinkelen.

Maar het vertrouwen in het rapport, nog versterkt door de aanwezigheid van een grafiek (het is bewezen dat grafieken het vertrouwen in cijfers verhogen), was te groot en de tijd om dieper in de cijfers te duiken ontbrak (wat eigenlijk nooit een excuus zou mogen zijn).

Wat was er aan de hand?

Het rapport geeft, zoals het hoort, de bronnen van de cijfers over het aandeel in het buitenland geboren inwoners op voor iedere stad. Voor Brussel is de bron Belgium: A Country of Permanent Immigration. Daarin staat vermeld:

‘…; in Brussels, nearly 62 percent is of foreign origin and approximately 31 percent have a foreign nationality. The Brussels-Capital Region is of course extremely diverse not just because of general immigration, but also due to the vast community of European nationals working for the European institutions.’

De auteurs van het World Migration Report interpreteren dus ‘of foreign origin’ als in ‘het buitenland geboren’ (‘foreign-born’), terwijl er zich onder de 62 procent Brusselaars ‘of foreign origin’ ook tweede- en derde-generatie migranten bevinden die wel in België zijn geboren.

Het percentage Brusselaars geboren in het buitenland ligt dus lager dan 62 procent. Hoeveel lager? Volgens de laatste cijfers van het Brusselse instituut voor statistiek BISA hadden er begin 2015 van de 1.175.173 Brusselaars er 398.726 niet de Belgische nationaliteit. Dat is 33,9 procent. Nog altijd veel, maar wel veel minder dan 62 procent.

(Om volledig te zijn: eigenlijk vergelijken we hier appelsienen met appelen en peren. Buitenlanders kunnen namelijk ook in België geboren zijn en Belgen kunnen ook in het buitenland ter wereld zijn gekomen.)

Moraal van het verhaal

Berichtgeven over nieuw verschenen studies en onderzoeken behoort uiteraard tot de taken van de journalist. Maar klakkeloos overnemen van cijfers, zeker als die wat afwijkend zijn, moet vermeden worden.

Grote rapporten hebben de neiging om heel wat cijfermateriaal uit andere studies te verzamelen. Maar bij het overnemen van cijfers kan het wel eens misgaan met de interpretatie van de cijfers. Dat is wat er gebeurde in het World Migration Report: voor het Brusselse cijfer werd een andere definitie gebruikt dan voor de cijfers van andere steden. Dat leidt tot onvergelijkbare cijfers en afwijkende waarden. In dat geval is het zaak terug te grijpen naar de oorspronkelijke bron van de cijfers.

Uiteraard kan een journalist niet voor elk cijfer in een rapport nagaan of het wel correct uit de bron werd overgenomen. Maar in dit geval had ik dat in elk geval wel moeten doen: mijn artikel opent namelijk met het cijfer.

Wat ik leerde is dat grote rapporten soms niet meer zijn dan een Wikipedia-pagina: een goed startpunt, met vaak interessant cijfermateriaal. Maar je kan je er niet op baseren: als je op de cijfers wil verder werken moet je teruggaan naar de oorspronkelijke bron, die hopelijk wel vermeld wordt.

Add Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *