De favoriete visualisaties van Alberto Cairo

Op 10 maart had ik de eer en het genoegen een uurtje met Alberto Cairo te spreken. Hij had heel wat interessants te zeggen over journalistiek en over visuele geletterdheid en leren programmeren. Maar ik kon de kans niet laten liggen hem te vragen naar zijn favoriete visualisaties.

Wat is je favoriete visualisatie ooit?

Alberto Cairo: ‘De cholera-kaart van John Snow, dat is mijn all time favorite. Omdat die zoveel zegt over waar visualisatie over gaat. En niet alleen over visualisatie: ook over epidemiologie en over datajournalistiek. Het mooiste aan de kaart is de achtergrond, wat er voorafging aan het visualiseren zelf.

1098px-Snow-cholera-map-1

‘Snow werkte als een datajournalist. Hij keek niet alleen naar de trend, hij focuste niet alleen op ‘hoe dichter bij de bron, hoe hoger het aantal slachtoffers’. Hij keek ook naar de outliers. Er waren een paar personen die verderop woonden van de besmette bron, maar toch ook slachtoffer werden van de ziekte. Snow ging naar die huizen om te onderzoeken hoe dat kwam. Dat is het werk van een datajournalist.

‘Snow’s kaart is zeker mijn favoriete historische visualisatie, door het verhaal dat er achter zit.’

En wat zou de visualisatie met de meeste impact ooit zijn?

‘Daar schrijf ik ook over in mijn nieuwe boek. Het tweede hoofdstuk begint met Enrico, Enrico Bertini. Hij schreef een blogpost over ‘Weten we wel of visualisaties echt werken?’. En mijn antwoord is: ja. Elke keer dat iemand iets bruikbaars ontdekt in een grafiek, dan is dat een succes. In mijn boek geef ik daar verschillende voorbeelden van.

‘Het eerste voorbeeld van een grafiek die je denken verandert wanneer je hem bestudeert is net de kaart van John Snow. Maar een moderner voorbeeld is de Hockey stick graph. Ken je die? Het is een grafiek over de globale temperatuur, die de vorm heeft van een hockey stick.

De hockeystick chart.

De hockey stick graph.

‘De grafiek werd gemaakt op het einde van de jaren 90 door een groep klimaatwetenschappers, onder leiding van Michael Mann. De grafiek werd gepubliceerd in het IPCC rapport van 1999.

‘Het is een van de meest succesvolle grafieken uit de geschiedenis, omdat wanneer je de grafiek ziet, je onmogelijk het bewijs kan ontkennen dat er iets aan de hand is op het einde van de 20ste eeuw. Al Gore gebruikte de grafiek ook zijn zijn An Unconvenient Truth.

‘De grafiek ontketende een hele discussie. Mensen uit de olie-industrie en idioten die het bewijs voor klimaatverandering ontkennen werden bang, omdat de grafiek zo overtuigend is, extreem overtuigend zelfs. Die mensen begonnen Mann en zijn team aan te vallen en zijn reputatie te beschadigen.

‘Hij overleefde de aanvallen en schreef er een boek over: The Hockeystick and the Climate Wars. Zijn grafiek is volgens mij de meest succesvolle grafiek in de moderne geschiedenis, want ze kan levens veranderen. Maar er zijn nog veel andere voorbeelden.

‘Een ander voorbeeld is de grafiek over vaccinaties en mazelen in de VS die ik vanmorgen toonde (in zijn presentatie voor de NTTS2015 conferentie, nvdr).

De mazelen-grafiek van e Wall Street Journal.

De mazelen-grafiek van de Wall Street Journal.

‘Wat kun je zeggen als je die grafiek ziet? Je kan niet ontkennen dat vaccinaties nuttig zijn en dat ze werken: kijk maar naar de data. Je kan het gewoon niet ontkennen.

‘Hoe meer mensen visualisaties beginnen maken, hoe meer dergelijke voorbeelden we zullen zien. We zullen ook de hoeveelheid rommel zien toenemen, uiteraard. Zoals Theodore Sturgeon vele jaren terug al zei: ‘90 procent van alles is rommel.’ Als je de hoeveelheid van iets doet toenemen, zal je meer rommel krijgen. Maar je zal ook een grotere 10 procent hebben, de 10 procent van de geweldige dingen, de dingen die iedereen wil.

‘Ik vind het niet erg dat er veel slechte visualisaties zijn, zolang de hoeveelheid goed werk ook toeneemt. En dat is wat we vandaag zien: een toename aan goede visualisaties. In veel gevallen worden die nu gemaakt door mensen die geen professionele journalisten of professionele visualisatie-ontwerpers zijn. Vaak zijn het mensen die wat spelen met Tableau, D3 of iets anders. Dat is een geweldige trend voor de toekomst. Dat moeten we ondersteunen, die mensen en hun werk moeten we prijzen.

‘Laat me hier een voorbeeld van geven. Een paar maanden geleden publiceerde New Republic Magazine, een weekmagazine in de VS, een verhaal over Medicaid. Het verhaal was dat verschillende staten in de VS weigeren om het Medicaid-programma uit te breiden en dat mensen daardoor geld verliezen.

‘De New Republic publiceerde het verhaal en zette er twee choroplethenkaartjes bij, waarop je kan zien hoeveel geld elke staat verliest. De originele versie van de kaart was echt slecht, met heel veel verschillende kleuren.

De eerste versie van de Medicaid-kaart

De eerste versie van de Medicaid-kaart

‘Toen de auteur van het stuk erover tweette, antwoordde ik dat hij best een andere kleurenpalet kon gebruiken. Hij excuseerde zich en zei dat het zijn eerste visualisatie was. Hij was dus een schrijvende journalist die een kaart wou publiceren. Maar er was niemand in de buurt was die hem kon helpen. Zo kwam hij terecht bij Datawrapper. Daar maakte hij zijn eerste visualisatie mee: een kaart.

‘Ik wil meer van dat soort werk zien. Wanneer ik iemand tegenkom die voor het eerst een informatieve visualisatie maakt en die publiceert, dan zal ik die persoon in de bloemetjes zetten. En als de visualisatie niet heel goed is, zal ik hem of haar advies geven over hoe het beter kan. Mensen appreciëren dat. Ze zullen zich uitgenodigd voelen om meer visualisaties te maken. Ik heb daarover geblogd.

‘De journalist van de New Reporter paste zijn aan op basis van mijn opmerkingen en die van een andere cartograaf.

De uiteindelijke versie.

De uiteindelijke versie.

‘Ik wil meer van dergelijke verhalen. Je moet het gewoon proberen en dan zal je zien dat het geen magie is. Het is eigenlijk heel gemakkelijk.’

Alberto Cairo: ‘Maak het visueel en de mensen zullen het begrijpen’

In het eerste deel van mijn gesprek met Alberto Cairo, had de docent Visualisatie van de universiteit van Miami en auteur van The Functional Art het over wat journalistiek precies is en welke rol wetenschap en visualisatie daarin speelt. In dit tweede deel gaat hij in op de rol van visualisatie in de wetenschap en in het onderwijs.

Hoe ziet de toekomst van datavisualisatie er uit?

Alberto Cairo: ‘Daar heb ik geen idee van. Maar waar ik wel in geloof is dat iedereen het kan leren.’

Is interactiviteit misschien de volgende stap in de wereld van visualisatie?

Alberto Cairo: ‘Absoluut. We spelen daar ook op in aan onze universiteit. De enige lessenreeks over visualisatie is mijn cursus. Daarin leren studenten de basisprincipes en leren ze hoe ze die kunnen toepassen in de echte wereld. Ze maken statische visualisaties, met Illustrator, Tableau en een beetje met R. Met Tableau kunnen ze ook interactieve visualisaties maar, maar zoals je weet heeft Tableau zijn beperkingen.

‘Maar ik zag in in dat dat niet volstaat. Daarom hebben we een tweede lessenreeks in het leven geroepen, bovenop mijn cursus. Die hebben we Advanced Data Visualization gedoopt. Studenten die mijn lessen hebben gevolgd, kunnen ook die lessen volgen. En die cursus is helemaal opgebouwd rond D3: een heel semester vol D3.

‘De Advanced-lessen zullen altijd gegeven worden door externen. Ik ga trouwens zelf die lessen volgen. Volgend semester zit ik op de schoolbanken.’

Je bent zelf geen programmeur?

Alberto Cairo: ‘Nee. Ik kan een beetje programmeren in R en ggplot2 en een beetje in D3. Maar als je me zou vragen om een interactieve visualisatie in elkaar te steken… Ik weet wel hoe ik er aan moet beginnen en hoe ik zoiets moet plannen. Ik kan het bedenken, tekenen, een visuele mockup maken in Illustrator. Maar als het tijd wordt om het echt uit te werken, dan stap ik naar een programmeur. Dat was hoe ik bijvoorbeeld hoe ik te werk toen ik in Brazilië werkte. Maar ik ben helemaal geen programmeur.’

Volgende week (op 16 maart, dit gesprek vond plaats op 10 maart nvdr), gaat je nieuwe MOOC Data visualization and infographics with D3.js van start.

Alberto Cairo: ‘Inderdaad, ik geef die samen met Scott Murray. Maar technisch gezien is het geen MOOC, want de cursus is niet open. Mensen moeten ook betalen. De cursus kost 100 dollar, niet echt veel, zeker niet gezien het niveau van de training die je krijgt.

‘Het succes van die cursus was voor mij echt een verrassing. Net als vele journalisten had ik vooroordeel dat mensen niet willen betalen voor content op het internet. Toen we de cursus aan het voorbereiden waren, dachten we tussen 30 en 40 leerlingen te hebben. We zouden er een klein beetje geld uit kunnen halen. 30 is ook een mooi getal om mee te werken, we zouden mooie conversaties kunnen organiseren.

‘Maar twee uur nadat ik ‘Registration is open for the course with myself and Scott’ had getweet, waren er al 100 inschrijvingen. We waren echt onder de indruk. Na een week zaten we aan ons maximum van 200 mensen. Daarom besloten we de grens op te trekken naar 500. Daardoor moesten we wel extra lesgevers aannemen. Scott neemt het deel over D3 voor zijn rekening, maar hij zal 2 of 3 mensen hebben die hem ondersteunen.

‘Ik neem de eerste fase voor mijn rekening. Als er vragen komen als ‘Welke soort grafiek gebruik ik hier best? Moet ik gaan voor een kaart of een grafiek?’, dan beantwoord ik die. Maar we zullen veel vragen krijgen over code. De leerlingen zullen beginnen programmeren en hun code zal niet werken. Die moet dan gedebugd worden en wij moeten daar bij helpen. Daarom besloten we daar meer mensen op te zetten.

‘Maar het was dus een groot succes. Zo groot zelfs dat we denken aan een nieuwe cursus na de zomer. Want die zal ook terug vollopen. Mensen willen leren, wat fantastisch is. En ze willen leren wat wij doen, wat nog beter is.’

Een grote uitdaging voor visualisatie vandaag is dat veel mensen moeite hebben met het goed interpreteren van grafieken. Zal die zogenaamde visuele geletterdheid onder de bevolking toenemen?

Alberto Cairo: ‘Geen idee, maar ik ik gooi er in elk geval mijn volle gewicht voor in de strijd. Ik vind dat gecijferdheid en visuele geletterdheid universele vaardigheden moeten zijn, net als kunnen lezen en schrijven.

‘Mijn nieuwe boek zal hierover een interessant lijstje bevatten. De cartograaf Mark Monmonier beschrijft in  Mapping it out, overigens een uitstekend boek, een lijstje vaardigheden die iedereen zou moeten ontwikkelen:

  • geletterdheid, dus kunnen lezen en schrijven
  • mondelinge vaardigheden, jezelf kunnen uitdrukken met het gesproken woord
  • gecijferdheid, wat niet dadelijk betekent dat je met statistiek overweg moet kunnen, maar wel dat je kwantitatief kan redeneren, kan denken in cijfers
  • en de vierde vaardigheid: graphicacy, de vaardigheid om grafieken goed te kunnen lezen en te maken.

Ik voeg daar nog een vijfde vaardigheid aan toe: computeracy, begrijpen hoe computers werken, wat er aan de grondslag van ligt. De werking van een computer binnenin begrijpen en kunnen programmeren. Je moet uiteraard geen professionele programmeur worden, maar wel jezelf wat leren programmeren. Het maakt eigenlijk niet uit wat je leert.

Zoals formules in Excel?

Alberto Cairo: ‘Ik zou zeggen: wat meer dan dat. Een beetje Processing, bijvoorbeeld, of R, Python of nog iets anders. Elke programmeertaal heeft een andere woordenschat en andere syntax, maar de onderliggende principes zijn altijd hetzelfde: variabelen, arrays, conditionals. Dat kan je toepassen in elke programmeertaal en dat zal je manier van werken helemaal veranderen. Als je begrijpt hoe computers werken, dan verandert je dat, het verandert onze geest.

‘Ik vind dat die 5 vaardigheden aan bod moeten komen op school. Maar op dit moment onderwijzen we ze slecht, vooral gecijferdheid en computeracy.

‘Mijn eigen studenten weten niet wat een computer is. Ze weten hoe ze Facebook moeten gebruiken, hoe ze moeten Twitteren, maar ze weten niet wat een computer is of hoe die werkt.

‘Over graphicacy weten ze ook zo goed als niets: ze kennen iets van staafgrafieken en taartdiagrammen, maar daar blijft het bij. Ze leren niet hoe ze kaarten en grafieken kunnen gebruiken om er hun eigen voordeel mee te doen. Die vaardigheid moet onderwezen worden.

‘Vanmorgen (in zijn presentatie voor de NTTS2015 conferentie, nvdr) vermeldde ik John Tukey, hij is de grondlegger van de exploratory data analysis, een tak binnen de statistiek. Exploratory data analysis is eigenlijk niets meer dan visualisatie voor exploratie.

exploratorydataanalysis

‘En dat is enorm nuttig: het laat je toe je gegevens op een veel leukere manier te onderzoeken. Mensen houden daarvan. Als ik mensen voor de eerste keer met Tableau laat spelen is de reactie meestal: ‘Wow, zo heb ik de data nog nooit bekeken.’ Mensen worden enthousiast. Het is een zaak om de nieuwsgierigheid aan te wakkeren.

‘En als dat gebeurd is, wanneer je die deur op een kier heb gezet, dan is het veel gemakkelijk er om de onderliggende statistiek uit te leggen. Het is veel moeilijker statistiek uit te leggen als je begint met “Dit zijn de beschrijvende statistieken en hier zijn de formules.” Dat vinden mensen saai, niet iedereen is namelijk een nerd. Ik haatte dat ook toen ik op school zat. Het was pas later, toen ik er over las op mijn eentje, dat ik ontdekte hoe fijn statistiek kan zijn. Waarom onderwijzen we het dan niet zo?

‘Ik verzin dit alles niet zomaar. Statistici zeiden dit zelf ook al 40 jaar geleden. Waarom hebben we die omslag nog niet gemaakt? Waarom luisterden we niet naar Tukey toen hij dit zei?

‘Nadat je de data visueel hebt onderzocht, dan kan je verder gaan met analyses en het testen van hypotheses. Mensen zullen dan in de juiste stemming zijn, ze weten namelijk al dat er iets interessants in de data zit. Daarom zullen ze meer gemotiveerd zijn om ook de moeilijkere dingen te leren: variantie-analyse en dergelijke zaken. Dat is inderdaad moeilijk, dat zijn harde formules. Maar de studenten zullen er zin in hebben. Ze hebben dan namelijk begrepen dat ze het kunnen leren.

‘Statistiek en data-analyse worden vaak als magisch ervaren, omdat we het onderwijzen als magie. Formules, formules en meer formules. Maak het visueel, dat trekt de mensen er in en maakt hen enthousiast.

Las je mijn blogpost over de opgang van Explorable Explanations?

Alberto Cairo: ‘Dingen als Explorable Explanations zijn inderdaad de manier om bijvoorbeeld een normale verdeling uit te leggen of om aan te tonen hoe je een p-waarde kan berekenen bijvoorbeeld. Doe dat visueel, en liefst nog interactief, en de mensen zullen het begrijpen. Als je dat allemaal met woorden en formules moet uitleggen, zullen de meeste mensen verdwalen en het niet snappen.

‘Daar ligt nog een heel veld dat nog ontwikkeld moet worden. Er zijn al heel wat mensen mee bezig, maar er is nog heel veel werk in te doen.’

Lees ook Journalist is geen beroep, het eerste deel van dit interview.

Nog te verschijnen: De favoriete visualisaties van Alberto Cairo

Alberto Cairo: ‘Journalist is geen beroep’

Op dinsdag 10 maart zakte ik af naar het Keizer Karel-gebouw van de Europese Commissie in Brussel om de opening van de conferentie New Technics and Technologies 2015 van het Europese statistische bureau Eurostat bij te wonen. Onder de openingssprekers bevond zich namelijk ook Alberto Cairo.

Alberto geeft Information Graphics and Visualization aan de universiteit van Miami. Met zijn boek The Functional Art, dat in 2012 verscheen, groeide hij uit tot een van de evangelisten van de datavisualisatiegolf die ons vandaag overspoelt. Zo werd hij ook een gegeerd spreker in de academische wereld, de media en het bedrijfsleven.

De presentatie die hij gaf voor een 400-tal Europese statistici, Visualization for everyone (pdf, 28 Mb, of bekijk de video hier vanaf 1:49:45), vat zijn boodschap goed samen: iedereen kan zijn voordeel doen met datavisualisatie. Maar ook over journalistiek heeft hij heel wat interessant te zeggen, zo bleek uit het uurtje dat ik achteraf met hem kon spreken.

Alberto Cairo.

Alberto Cairo. © EJC

Alberto is een spraakwaterval, die zijn verhaal duidelijk goed voor elkaar heeft. Hij stak meteen van wal met zijn visie op journalistiek.

Alberto Cairo: ‘”Als je goed oplet in mijn les en goed studeert wat ik je leer, zal er je niks gebeuren als de nieuwindustrie ooit de dieperik in gaat,”  zeg ik mijn studenten vaak. Zelfs als alle kranten plots zouden verdwijnen, dan nog zullen mijn studenten allemaal een job hebben.

‘Journalistiek is in mijn ogen namelijk een universele vaardigheid.  Ik geloof dat mensen journalistiek onterecht gelijkstellen met kranten. Ik heb een veel bredere definitie van journalistiek.

Journalist is geen beroep, het is meer een activiteit, een ingesteldheid.

‘Journalist is geen beroep, het is meer een activiteit, een ingesteldheid. Ik hou van informatie verzamelen, informatie verwerken op een systematische en serieuze manier en ik wil die informatie goed overbrengen aan mijn collega’s, mijn gemeenschap en aan andere burgers. Dat is wat een journalist doet. Als je dat doet, gedraag je je als een journalist, ongeacht je eigenlijke beroep. Zo geef je burgers de informatie die ze nodig hebben om een goed leven te leiden.

‘Sommige mensen hebben daar andere ideeën over. Ze zijn van mening dat journalistiek een beroep is, dat enkel door professionals kan uitgevoerd worden. Daar ben ik het helemaal mee oneens.’

Kan je hier een voorbeeld van geven?

Alberto Cairo: ‘Zeker. Hier is een voorbeeld dat ik net op papier heb gezet voor mijn nieuwe boek.

‘Ik heb een tijd in Sao Paulo gewerkt, bij het Braziliaanse Epoca Magazine. In de stad is er een groot probleem van overstromingen: tijdens het regenseizoen leiden hevige regenbuiten tot overstromingen in verschillende delen van de stad. Door de slechte infrastructuur wordt eigenlijk de hele stad zo onder water gezet. Sommige wijken lijden structureel onder wateroverlast.

‘De overheid heeft de gegevens: ze weten welke zones het vaakst overstromen. Maar ze stellen die gegevens niet voor op een kaart. Het publiek krijgt de gegevens niet onder ogen: je moet al een analyst moet zijn om de gegevens te goed te kunnen interpreteren.

‘Op een dag las ik een interview in de krant met enkele studenten computerwetenschappen. En die hadden die journalistieke reflex. Ze redeneerden: “Daar zijn de data, en daar is de publieke nood aan informatie. Laten we daarom iets maken dat die complexe dataset verandert in iets wat het publiek kan begrijpen en laten we dat dan in handen van het publiek geven.” Zo maakten ze een interactieve kaart, waarop iedereen kan zien welke zones historisch gezien het meest overstroomden.

‘Toen ik ik dat artikel in de krant las, heb ik onmiddelijk de telefoon genomen en het nummer van de personeelsdienst gebeld. Ik zei hen: ‘Neem pagina zoveel van die krant. Daar zie je op lijn zoveel een naam. Bel die jongen en breng hem hier.’ Ze vonden zijn gegevens online en vroegen hem langs te komen voor een jobgesprek.

Ik antwoorde hem: ‘Nee, beste vriend, jij bent wel een journalist. Want wat jij doet is journalistiek: datagedreven, op feiten gebaseerde communicatie, die het leven van mensen kan verbeteren.”

‘Het eerste wat hij me vroeg was: “Waarom ben ik hier? Ik ben een computerwetenschapper, ik ben helemaal geen journalist.” Ik antwoorde hem: ‘Nee, beste vriend, jij bent wel een journalist. Want wat jij doet is journalistiek: datagedreven, op feiten gebaseerde communicatie, die het leven van mensen kan verbeteren.” Dat is journalistiek.

‘Journalistiek, dat is niet de krant of de radio. Journalistiek is een activiteit, een ingesteldheid. Het is een manier om naar de wereld te kijken. Jezelf ten dienste stellen van andere mensen door informatie te verzamelen, te filteren, te organiseren en beschikbaar te stellen, zodat mensen een beter leven kunnen leiden.’

Wat betekent dat voor opleidingen journalistiek?

Alberto Cairo: ‘Lessen journalistiek zouden niet moeten gaan over kranten. Scholen journalistiek zouden over de vaardigheden moeten gaan die ik net beschreef. Deze vaardigheden, die vroeger enkel te vinden waren bij kranten en magazines, zijn vandaag, door de tools die we ter beschikking hebben, een burgeractiviteit geworden.

Laten we niet proberen de mensen te desinformeren, te misleiden of hen spullen te doen kopen. Laten we proberen hen te informeren.

‘Er zullen altijd specialisten zijn, professionele journalisten, die dit soort werk in loondienst doen. Maar met deze vaardigheden kan iedereen zijn voordeel doen. En ik geloof echt dat de wereld een betere plaats wordt wanneer meer en meer mensen deze ethiek en deze manier van denken omarmen: laten we niet proberen de mensen te desinformeren, te misleiden of hen spullen te doen kopen. Laten we proberen hen te informeren. Als meer mensen zich deze instelling zouden aanmeten, dan zou de wereld er wat beter aan toe zijn.’

Gaat daar je volgende boek, The Thruthfull Art over?

Cover van The Truthful Art.

Cover van The Truthful Art.

Alberto Cairo: ‘Precies. In de eerste twee hoofdstukken beschrijf ik wat ik je net heb verteld: journalistiek moet een burgeractiviteit worden, iets dat iedereen zich eigen kan maken, een ingesteldheid. Een manier om naar de wereld te kijken, die gedeeltelijk wetenschappelijk is. Want je moet uiteraard de kwaliteit van je data kunnen inschatten. Maar ook design speelt een grote rol, want je moet weten hoe je de feiten moet voorstellen aan je publiek.

‘Maar de traditionele journalistieke vaardigheden zijn nog steeds van onschatbare waarde. Hoe je een verhaal schrijft, hoe je hiërarchie in je in informatie aanbrengt, hoe je eerst de belangrijke feiten geeft en daarna de achtergrond. Dat zijn vaardigheden die journalisten doorheen de jaren hebben ontwikkeld. Nu is de tijd aangebroken om al deze vaardigheden naar de rest van de wereld te brengen.

‘Wetenschap moet uit zijn ivoren toren kruipen. De wetenschappelijke methode kan je namelijk ook toepassen in je eigen leven. Trek niet te snel conclusies, test je conclusies, stop eventjes, verzamel meer data, vergelijk de zaken, bekijk het bewijsmateriaal. En na dat je al deze stappen hebt doorlopen, maak dan je beslissing. Dat is wetenschap.

Dus de Truthfull art is geen boek over visualisatie?

Alberto Cairo: ‘Het is wel een visualisatieboek, want ik leg al deze zaken uit aan de hand van voorbeelden uit de wereld van de visualisatie.

‘Het is een boek geschreven voor visualisatie-makers en voor journalisten. Mensen die een wetenschappelijke opleiding of een opleiding rond data gevolgd hebben, zijn een uitzondering in de wereld van visualisatie vandaag. Heel veel mensen uit de sector zijn grafisch ontwerper van opleiding. En die produceren geweldig werk. Maar in sommige gevallen hebben ze niet de nodige vaardigheden om de data kritisch te bekijken voor ze ze grafisch voorstellen.

‘De helft van het boek gaat daarom over algemene principes om datakwaliteit goed in te kunnen schatten. Dat gaat dan over statistiek, op een heel basisch niveau, en hoe de meest voorkomende valkuilen te vermijden. Ik ga niet in op details, ik behandel die zaken enkel heel in het algemeen.

‘In de tweede helft van het boek ga ik in op de principes van het ontwerpen van grafieken en kaarten, met veel praktische tips. Als laatste schets ik de profielen van een tiental leiders uit het vak die ik ga interviewen. Maar je zal nog nog even geduld hebben: het boek verschijnt pas in 2016.’

Nog te verschijnen:

  • ‘Maak het visueel en de mensen zullen het begrijpen’
  • De favoriete visualisaties van Alberto Cairo